Het korte antwoord is simpel: Scope 10 gaat over de elektrische installatie van het pand, Scope 12 over de zonnestroominstallatie. Heeft u een bedrijfslocatie met zonnepanelen, dan kunnen beide inspecties dus tegelijk relevant zijn.
De scopes vervangen elkaar niet. Scope 10 kijkt naar de gebouwinstallatie en het brandrisico dat daaruit kan ontstaan. Scope 12 beoordeelt juist de PV-installatie, inclusief de onderdelen en koppelingen die specifiek bij zonnepanelen horen.
Of een keuring verplicht of verstandig is, volgt in de praktijk meestal uit polisvoorwaarden, een risicobeoordeling of wijzigingen aan de installatie. Er is dus niet één algemene regel die voor iedere organisatie en iedere locatie hetzelfde uitpakt.
Welke installatie bepaalt de juiste scope?
De juiste scope kiest u niet op basis van een algemene voorkeur, maar op basis van het object dat wordt beoordeeld. Gaat het om de elektrische installatie van het pand zelf, dan ligt Scope 10 voor de hand. Gaat het om de zonnestroominstallatie, dan hoort daar Scope 12 bij.
Scope 12 is ontstaan omdat zonnepanelen hun eigen elektrische en brandveiligheidsrisico’s meebrengen. Denk aan slechte verbindingen, onjuist gekoppelde componenten, fouten in DC- of AC-bekabeling of onveilige aansluitingen rond omvormers. Die risico’s vallen niet vanzelf volledig binnen een inspectie van de gebouwinstallatie.
Daardoor kan één bedrijfspand met zonnepanelen beide keuringen naast elkaar hebben. Scope 10 en Scope 12 vullen elkaar aan: de ene kijkt naar de elektrische installatie van het pand, de andere naar de PV-installatie die daarop is aangesloten.
Scope 10 en Scope 12 in één overzicht
| Onderdeel | Scope 10 | Scope 12 |
|---|---|---|
| Wat wordt beoordeeld? | De elektrische installatie van het pand. | De zonnestroominstallatie, van panelen tot omvormers en aansluitingen. |
| Waarom wordt de inspectie gevraagd? | Voor inzicht in de staat en het brandrisico van de gebouwinstallatie. | Voor inzicht in de elektrische en brandveilige werking van het PV-systeem. |
| Wat is de uitkomst? | Een rapport met bevindingen en eventuele herstelpunten voor de installatie. | Een rapport met bevindingen en eventuele herstelpunten voor de PV-installatie. |
| Kunnen beide op één locatie gelden? | Ja, naast Scope 12. | Ja, naast Scope 10. |
| Type inspectie | SCIOS Scope 10-inspectie. | SCIOS Scope 12-inspectie. |
Wanneer is een keuring verplicht of verstandig?
Voor veel situaties bestaat geen algemene landelijke plicht die altijd en overal geldt. In de praktijk geven vooral verzekeraars, de risicobeoordeling van het pand en de feitelijke opbouw van de installatie de doorslag. Wat voor de ene locatie noodzakelijk is, hoeft dat voor een andere locatie niet automatisch te zijn.
Scope 10 komt vooral in beeld bij bestaande elektrische installaties waarbij brandrisico, veilig gebruik en verzekerbaarheid van de gebouwinstallatie een rol spelen; dat bepaalt vaak of en wanneer een keuring nodig is. Zie ook Wanneer is een Scope 10 keuring nodig?. Scope 12 komt in beeld zodra er een zonnestroominstallatie aanwezig is en zeker wanneer die groter of complexer is. Praktische toelichting: Wanneer is een Scope 12 keuring nodig?. Verzekeraars hanteren daarbij regelmatig eigen grenzen of aanvullende eisen, bijvoorbeeld bij meerdere omvormers, meerdere dakvlakken of oudere systemen.
Ook wijzigingen kunnen een nieuw beoordelingsmoment logisch maken. Denk aan uitbreiding van panelen, vervanging van omvormers, aanpassing van bekabeling of andere technische veranderingen aan het systeem.
Wilt u de financiële impact meenemen in uw keuze? Bekijk de Kosten Scope 10-keuring. Voor PV-systemen vindt u meer informatie bij de Kosten Scope 12-keuring.
Wat wordt er bij Scope 10 gecontroleerd?
Bij de Scope 10-keuring staat de elektrische installatie van het pand centraal. De zonnepanelen zelf zijn daarbij niet het hoofdonderwerp.
- Verdelers, groepen en andere onderdelen die de elektrische installatie opbouwen.
- Bekabeling, aansluitingen en verbindingen die bepalend zijn voor een veilige toestand.
- Zichtbare gebreken, slijtage, beschadigingen en signalen van verhitting of overbelasting.
- Onderdelen die van invloed zijn op brandrisico, veilig gebruik en de beoordeling door eigenaar, beheerder of verzekeraar.
- De vastlegging van bevindingen in een keuringsrapport, met eventuele herstelpunten als opvolging nodig is.
Wat wordt er bij Scope 12 gecontroleerd?
De Scope 12-keuring voor zonnepanelen richt zich op de complete zonnestroominstallatie en op de manier waarop die veilig is geïntegreerd met de rest van de elektrische installatie.
- De panelen zelf, inclusief de kwaliteit, staat en samenhang van de toegepaste componenten.
- Omvormers, met aandacht voor plaatsing, aansluiting, bereikbaarheid en veilige werking.
- Connectoren en koppelingen, omdat onjuiste of slecht passende verbindingen een bekend risico vormen.
- DC- en AC-bekabeling, inclusief routing, bevestiging, bescherming en deugdelijkheid van aansluitingen.
- De koppeling met meterkast, verdeelinrichting of hoofdaansluiting, zodat duidelijk is hoe het PV-systeem op de gebouwinstallatie aansluit.
- Signalen van oververhitting, onveilige componentcombinaties of omstandigheden die brandrisico kunnen vergroten.
- Onderliggende techniek en documentatie, zoals schema’s, tekeningen, berekeningen en waar relevant bevestiging of constructieve uitgangspunten.
- De totale samenhang van de installatie: niet alleen losse onderdelen, maar ook of het systeem als geheel elektrisch en brandveilig functioneert.
Het doel blijft steeds hetzelfde: vaststellen of de zonnestroominstallatie veilig werkt en waar herstel, aanpassing of aanvullende opvolging nodig is.
Wat maakt Scope 12 praktisch anders in uitvoering en opvolging?
In de praktijk blijft Scope 12 vaak niet beperkt tot één inspectiemoment. Er is verschil tussen een eerste inspectie van een PV-installatie en een periodieke vervolginspectie. Zeker bij verzekeraarseisen is die opvolging belangrijk, omdat een systeem na verloop van tijd, door gebruik of door wijzigingen opnieuw beoordeeld kan moeten worden.
Het gebruikelijke proces is overzichtelijk: de inspectie wordt ingepland, op locatie uitgevoerd en daarna vastgelegd in een rapport met bevindingen. Als herstel nodig is, volgt eerst aanpassing van de installatie en daarna eventueel een herinspectie. De terugkerende termijn komt vaak uit de polisvoorwaarden en ligt in de praktijk geregeld rond 3 tot 5 jaar, maar de exacte frequentie hangt af van de situatie, de uitkomst van de vorige inspectie en de eisen van de verzekeraar.
Ook afkeur, herstelwerk of uitbreiding van het PV-systeem kan aanleiding zijn voor een nieuw controlemoment.
Welke keuring past bij uw situatie?
Met deze situaties ziet u snel welke scope waarschijnlijk past. Voor meer verdieping kunt u binnen Slegers Group verder lezen over Scope 10, Scope 12, wanneer een keuring verplicht is, de kosten, het keuringsrapport en herinspectie na uitbreiding of afkeur, of contact opnemen over de juiste Scope-keuring.
- Pand zonder zonnepanelen: meestal is alleen Scope 10 relevant, omdat de gebouwinstallatie het te beoordelen object is.
- Locatie met een zonnestroominstallatie: Scope 12 ligt voor de hand als u het PV-systeem zelf wilt laten beoordelen.
- Bedrijfspand met zonnepanelen én een bredere elektrische installatie met eigen risico’s: Scope 10 en Scope 12 kunnen logisch naast elkaar bestaan.
- PV-installatie uitgebreid of aangepast: laat opnieuw beoordelen of een herinspectie nodig is, ook als er eerder al een inspectie heeft plaatsgevonden.
- Afkeur of herstelpunten uit een eerder rapport: één of beide scopes kunnen terugkomen in de opvolging, afhankelijk van welk deel van de installatie is aangepast.
